Nergens wordt dat duidelijker dan in Putten. In deze Gelderse gemeente klinken de geluiden luider dan ooit: “De overheid moet nu grenzen stellen aan de wolf.” Aanleiding zijn recente meldingen van wolven die zich zouden ophouden bij woonwijken, kippen hebben gedood in de bebouwde kom en zich zichtbaar aan mensen tonen.
Door Werkgroep Wolf Leusden
“Het schrikt ze niet meer af” – maar is dat zo?
Volgens burgemeester Lambooij is de situatie nijpend. “Er zijn wolven geboren naast de mountainbikeroute,” stelt hij. “Deze dieren zijn gewend geraakt aan mensen. Het schrikt ze niet meer af. Ik ben bang dat het een keer behoorlijk fout gaat.” Deze waarschuwing wordt breed gedragen in de gemeenteraad.
Toch laat jarenlang onderzoek uit binnen- en buitenland zien dat wolven juist van nature mensenschuw zijn. Ook in Nederland zijn geen gevallen bekend van wolven die uit eigen initiatief mensen aanvallen. De enige uitzondering vormt de wolf van Wapse, die in 2023 werd doodgeschoten nadat hij zich verdedigde tegen een boer die hem aanviel met een hooivork. Deze confrontatie ontstond uit menselijk handelen — niet uit agressie van de wolf zelf.
Het voorval onderstreept juist hoe uitzonderlijk het is dat wolven zich fysiek verweren tegen mensen, zelfs als ze in het nauw worden gebracht.
Politieke reacties in Putten: roep om ingrijpen
De politieke reacties in Putten illustreren een breed gedeeld gevoel van urgentie. Van Gemeentebelangen tot de VVD klinkt de roep om beheer, en zelfs om het zelf ter hand nemen van maatregelen als het Rijk te traag reageert.
Gemeentebelangen stelt dat Nederland “te klein is voor wolven”, terwijl in veel kleinere of even dichtbevolkte gebieden in Europa — zoals delen van Duitsland, Italië en Zwitserland — al decennia lang succesvol samen wordt geleefd met de wolf. De kwestie is dus minder een kwestie van oppervlakte dan van aanpak, kennis en bereidheid tot preventie.
Feiten versus gevoel: is de wolf echt zo gevaarlijk?
Vooral CDA, SGP en VVD gebruiken stevige taal: “De wolf is een gevaarlijk roofdier”, aldus het CDA. De partij spreekt over "honderden incidenten", waaronder “aanvallen op honden, wandelaars en sporters.”
Maar feitelijke bronnen tonen iets anders: het overgrote deel van de 'incidenten' betreft schade aan onbeschermd vee — waarvoor vergoedingen en preventiemiddelen beschikbaar zijn. Aanvallen op honden zijn zeldzaam en meestal gerelateerd aan territoriumgedrag wanneer honden loslopen. Voor mensen is de wolf dus géén bewezen gevaar.
SGP en VVD leggen de nadruk op gevoelens van onveiligheid. Zij stellen dat ouders het bos niet meer in durven, of waarschuwen voor een “plaagwolf.” Zulke uitspraken voeden angst, maar berusten op beleving, niet op ecologische of gedragsmatige realiteit. Wolven zijn territoriaal, leven solitair of in kleine roedels, en reguleren hun populatie grotendeels zelf. De term ‘plaag’ past biologisch gezien niet bij een soort met zulke lage dichtheden en zelfbeperkende voortplanting.
Juridische realiteit versus beleving van controleverlies
ChristenUnie en Wij Putten tonen een iets genuanceerdere benadering. Zij erkennen de zorgen, maar wijzen op juridische en bestuurlijke grenzen: de gemeente gaat niet over het beheer van wolven, dat is een provinciale en landelijke verantwoordelijkheid. Ook wijzen zij terecht op het Europese beschermingsregime dat ingrepen bemoeilijkt.
De ChristenUnie benoemt bovendien dat een wolfvrije gemeente onmogelijk is: de natuur houdt zich niet aan gemeenteborden. Een zinnige constatering, die recht doet aan de werkelijkheid.
De crux van de discussie is helder: de wolf confronteert Nederland — en Putten in het bijzonder — met een dilemma tussen natuurbescherming en veiligheidsbeleving. De juridische realiteit (EU-bescherming, natuurrecht) botst met het gevoel van controleverlies onder burgers. Inwoners ervaren de terugkeer van de wolf niet als ecologisch succesverhaal, maar als dreiging in de eigen achtertuin.
De wolf als bliksemafleider voor breder ongenoegen
Wat de kwestie extra scherp maakt, is de toon van de lokale politiek. De discussie lijkt symbool te staan voor bredere spanningen tussen stad en platteland, tussen ecologisch idealisme en dagelijks buitengebied-realiteit. De wolf fungeert als bliksemafleider voor ongenoegens over beleid, overheidsverantwoordelijkheid en ruimtegebruik.
Miljoenen kippen in stilte geslacht
Maar er speelt nóg iets: hypocrisie. Zo vertelde een vriendin van een van de teamleden van Werkgroep Wolf Leusden over de commotie rond een wolf die kippen doodde in een woonwijk. De reactie van het teamlid zelf: wrang, want op slechts enkele kilometers afstand, in de gemeente Barneveld, bevindt zich een van de grootste pluimveeregio’s van Nederland.
Barneveld telt naar schatting 3,2 miljoen kippen — alleen Ede heeft er meer, met circa 3,6 miljoen. Specifieke cijfers over het aantal dieren dat dagelijks wordt geslacht zijn niet publiek beschikbaar, maar het industriële karakter van de veehouderij en slachtpraktijk in deze regio is onmiskenbaar. Dieren zijn daar in veel gevallen niets meer dan productie-eenheden.
De ophef over de wolf als bedreiging voor kippen of honden raakt daarmee aan een ongemakkelijke waarheid: dierenwelzijn telt pas écht mee zodra het dichtbij komt, herkenbaar is en media-aandacht trekt. Voor de miljoenen dieren die in stille anonimiteit verdwijnen achter slachthuisdeuren, geldt die morele reflex zelden.
Wat is er nodig voor samenleven met de wolf?
Het artikel “Na diverse incidenten moet de overheid nu grenzen stellen aan de wolf” in Puttense Zaken maakt één ding duidelijk: voor een leefbaar samenleven tussen mens en wolf is meer nodig dan alleen schadevergoedingen en afrasteringen. Er is behoefte aan regie, eerlijk debat — en bovenal: consistentie.
Want zolang het ene dier met media-ophef wordt beschermd en het andere stilletjes massaal wordt gedood, is er van echte zorg voor dieren geen sprake. Alleen met die eerlijkheid ontstaat ruimte voor verstandige keuzes in het spanningsveld tussen mens, natuur en leefomgeving.