Op 13 april 2025 meldde een hardloopster in Nationaal Park De Hoge Veluwe dat zij zou zijn gebeten door een wolf. Het incident leidde onmiddellijk tot grote commotie en mediabelangstelling. Parkdirecteur Seger baron Van Voorst tot Voorst, tevens jachtrechthebbende en al jarenlang uitgesproken tegenstander van de aanwezigheid van wolven in het park, verklaarde nog diezelfde dag: “Het is volkomen duidelijk dat het een wolf is. Zo’n DNA-onderzoek kan wel jaren duren, daar gaan we niet op wachten.”Nog voordat het forensisch en ecologisch onderzoek was afgerond, riep het park via media en eigen kanalen publiekelijk op tot afschot van het dier.
Door Werkgroep Wolf Leusden, 19 juni 2025
Op 6 mei 2025 verleende de provincie Gelderland een omgevingsvergunning voor het doden van wolf GW4655m, een jongvolwassen mannetje uit de lokale roedel, sindsdien ook wel Hubertus genoemd. Volgens het provinciebestuur was er sprake van een probleemwolf, waarbij werd verwezen naar DNA-bewijs, visuele identificatie en een gedragsanalyse die zou duiden op testend jachtgedrag en een risico voor de openbare veiligheid.
Ondeugdelijk DNA-bewijs en forensisch gebrek
De juridische en ecologische kritiek richt zich onder meer op de onderbouwing van het besluit. Het zogenaamde sluitende DNA-bewijs bleek afkomstig van een stuk kleding van het slachtoffer — een hardloopbroek — en niet van het lichaam of van de wond zelf. De monsters werden niet afgenomen door een forensisch arts of een erkende faunadeskundige, maar door een medewerker van het park: een direct belanghebbende partij. Er is geen volledig gedocumenteerdechain of custodybeschikbaar die garandeert dat de monsters volgens forensisch-juridische standaarden zijn behandeld. Daarmee is de waarde van het DNA-bewijs ernstig in twijfel te trekken.
Forensisch patholoogdr. Frank van de Gootheeft op ons verzoek na bestudering van de beschikbare informatie verklaard dat het letsel niet past bij een roofdieren beet. Volgens hem is het zeer ongebruikelijk dat een roofdier zoals een wolf een enkelvoudige beet zou plaatsen zonder losscheuren of trekken. Hij noemde de wonden “raar” en stelde dat het gedrag van een roofdier doorgaans gekenmerkt wordt door grijpen en vasthouden. Dr. Van de Goot acht het daarom waarschijnlijker dat sprake is van twee afzonderlijke letsels of dat het letsel door een andere oorzaak is ontstaan, bijvoorbeeld door een tak. Zijn verklaring ondermijnt het fundament van het besluit: dat er daadwerkelijk sprake was van een wolvenaanval.
EcoNatura en de schijn van partijdigheid De gedragsanalyse die het predicaat probleemwolf moest onderbouwen, werd opgesteld door adviesbureau EcoNatura. Dit bureau concludeerde dat Hubertus zogenoemd testend jachtgedrag zou hebben vertoond. De analyse was echter niet gebaseerd op een forensisch of ethologisch gevalideerd gedragsprotocol, maar op subjectieve interpretatie van beelden van matige kwaliteit. Alternatieve verklaringen, zoals defensief gedrag in de kraamperiode, zijn niet onderzocht.
Parkbeheer en de rol bij habituatie
Van cruciaal belang in het debat is dat het parkbeheer van De Hoge Veluwe al eerder steken heeft laten vallen in het voorkomen van gewenning van wolven aan mensen. Beelden uit 2022 tonen een jonge wolf die doelgericht op bezoekers afloopt. In diezelfde periode legde het park valwild uit om een lammergier aan te trekken, waar ook de wolven van geconsumeerd hebben. Dit kan hebben bijgedragen aan een voedselassociatie en gewenning. Toch werd bij het afschotbesluit enkel de wolf als verantwoordelijke gezien, en bleef de rol van het parkbeheer buiten beeld.
De rol van staatssecretaris Rummenie
Staatssecretaris Jean Rummenie (LVVN) speelde een opvallende en omstreden rol. Uit een memo van 16 juni 2025 (beantwoording Kamervragen) blijkt dat het ministerie actief betrokken was bij de besluitvorming: het adviseerde de provincie over het gebruik van een buitenlands laboratorium voor DNA-analyse, leverde definities voor het begrip probleemwolf (ontleend aan een nog niet vastgestelde AMvB) en drong aan op snelle maatregelen. Rummenie verklaarde zelfs dat zijn ministerie de provincie “heeft geholpen bij het opstellen van de vergunning”.
Deze rijksbemoeienis is opmerkelijk omdat de Wet natuurbescherming bepaalt dat het verlenen van ontheffingen voor beschermde soorten een exclusieve provinciale bevoegdheid is. Het besluit is daardoor mede gebaseerd op beleidsstukken zonder juridische status, hetgeen ernstige vragen oproept over de rechtmatigheid en de schending van het legaliteitsbeginsel. Critici zien hierin een voorbeeld van politiek gestuurde besluitvorming die vooruitloopt op toekomstige wetgeving, in plaats van toepassing van het geldende recht.
De juridische strijd
Het besluit heeft geleid tot een complexe juridische strijd die zich richt op de kernvraag: is het besluit zorgvuldig voorbereid, feitelijk onderbouwd en juridisch houdbaar? Werkgroep Wolf Leusden diende een uitgebreid bezwaarschrift in, met diverse aanvullingen. De kernpunten daarin zijn: ondeugdelijk DNA-bewijs, schijn van partijdigheid bij EcoNatura, onbehoorlijke rijksinmenging, en dat het parkbeheer actief situaties toestond of faciliteerde die geleid hebben tot gewenning van wolven aan mensen. De meest recente aanvulling op het bezwaar werd maandag verzonden en bevat opmerkingen naar aanleiding van het memo van Rummenie van 16 juni 2025. De provincie heroverweegt het besluit, terwijl er een verzoek om voorlopige voorziening loopt om het afschot uit te stellen totdat de rechter zich heeft uitgesproken. Het lot van Hubertus is daarmee het symbool geworden van een breder debat: hoe gaan we in Nederland om met strikt beschermde soorten en met de spanningen tussen beleid, recht, ecologie en publieke opinie?