In het recente Kamerdebat over de wolf heeft staatssecretaris Rummenie aangekondigd dat er een Landelijke Aanpak Wolf (LAW) komt. Deze aanpak bestaat uit een landelijk team voor de wolf zelf, een landelijk team voor veebescherming en een landelijk informatiepunt, ondergebracht bij BIJ12, dat ook educatie moet verzorgen.

Door Werkgroep Wolf Leusden, 26 maart 2025

De eerste stap in deze aanpak is het vaststellen van de ‘gunstige staat van instandhouding’ van de wolf in Nederland. Wageningen Environmental Research heeft hiervoor inmiddels opdracht gekregen. De vraag is hoeveel wolven Nederland aankan – of eigenlijk: hoeveel er ‘mogen’ blijven. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar ecologische factoren, maar ook naar maatschappelijk draagvlak. De eerste voorstellen worden na het meireces verwacht.

Onderdeel van het onderzoek is ook de ruimtelijke kant van de kwestie: welke gebieden zijn geschikt voor de wolf, en welke niet? In gebieden die als ongeschikt worden bestempeld, zou de wolf verjaagd moeten kunnen worden. De BBB pleit zelfs voor een ‘0-optie’, waarbij afschot mogelijk wordt. Rummenie benadrukte dat maatwerk noodzakelijk is voor de Nederlandse situatie. Voorafgaand aan eventuele maatregelen wil de staatssecretaris duidelijke definities vastleggen: wat is een probleemwolf, en wanneer is sprake van een probleemsituatie? Deze definities moeten vervolgens worden omgezet in bestuurlijke maatregelen, zodat vergunningen sneller kunnen worden verleend. Toch blijft het proces traag: ook na deze aanpassingen zal het verkrijgen van een vergunning naar verwachting nog altijd 1 tot 1,5 jaar duren.

Naast de drie landelijke teams komt er ook een taskforce, op initiatief van de Stichting Wildaanrijdingen Nederland (SWN). Deze zal het ministerie adviseren over beleid en uitvoering. Verder zoekt Nederland samenwerking met andere landen in Noordwest-Europa, gericht op kennisdeling, best practices en gezamenlijke beoordeling van de instandhoudingsstatus van de wolf. Ook wordt onderzocht of Nederland, net als Zweden, ruimere ontheffingsmogelijkheden kan krijgen om sneller te kunnen ingrijpen. Wat in het debat opviel, was dat preventie nauwelijks aan bod kwam. De focus ligt vooral op schadeafhandeling en beheer, in plaats van op het voorkomen van conflicten. De staatssecretaris is niet van plan om landelijke regels op te stellen die schadevergoeding afhankelijk maken van het nemen van preventieve maatregelen. Dat blijft de verantwoordelijkheid van de provincies, evenals de handhaving. De toon richting boeren is opvallend mild: zij zouden volgens Rummenie tijd nodig hebben om zich aan te passen aan een situatie waar zij niet om hebben gevraagd. De teneur is: niet provoceren.

Toen VVD-Kamerlid Thomas van Campen vroeg hoe gevaarlijk de wolf nu eigenlijk is, gaf Rummenie geen helder antwoord. Hij sprak vooral over ‘reden tot zorg’, maar werkte dat niet uit met feitelijke onderbouwing. De indruk ontstond dat hij vooral de BBB, CU, SGP en CDA te vriend wil houden.

De provincie Utrecht is van plan om een hele roedel te zenderen. Dat zou *juridisch mogelijk zijn onder de huidige wetgeving, maar het moet nog worden onderzocht of dit ook toegestaan is onder de Wet op de proefdieren.

Ines Kostić, Tweede Kamerlid namens de Partij voor de Dieren, bracht verschillende inhoudelijk sterke punten in. Helaas leek zij in de nabeschouwing niet erg serieus genomen te worden door de rest van de Kamer. Toch was haar bijdrage van belang. Kostić pleitte onder andere voor het beter toegankelijk maken van subsidies voor preventieve maatregelen (1), het koppelen van schadevergoedingen aan daadwerkelijk genomen preventiemaatregelen (2), structurele handhaving daarvan (3), betere en eerlijke publieksvoorlichting over de wolf (4), en beperking van de jacht op prooidieren van de wolf, zodat het ecosysteem in balans blijft (5). Daarnaast diende zij een motie in om objectieve deskundigen op te nemen in de landelijke teams. Dat is een belangrijke stap richting een eerlijk en goed onderbouwd wolvenbeleid.

*Footnote: Onder de huidige wetgeving is dat in principe toegestaan, maar alleen als aan strikte voorwaarden wordt voldaan. Het zenderen van een wolf is een ingreep die valt onder de Omgevingswet en de Europese Habitatrichtlijn. Omdat de wolf een streng beschermde soort is, mag je hem niet zomaar vangen of volgen. Daarvoor is een ontheffing of vergunning nodig.

Zo’n ontheffing mag alleen worden verleend als: – er geen beter alternatief is, – het doel legitiem is (bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek of schadepreventie), – en het geen negatieve gevolgen heeft voor het voortbestaan van de soort in Nederland.

In theorie mag Utrecht dus een vergunning verlenen om de hele roedel te zenderen. Maar dat moet goed onderbouwd worden, en het mag alleen als de maatregel noodzakelijk én proportioneel is. Dat is juridisch gezien lastiger uit te leggen bij een hele groep dan bij één of twee dieren.