De Provinciale Staten zijn terug van vakantie, maar de wolf blijft hoog op de agenda. Sinds november 2024 ligt er een aangenomen motie (M24-98 “Geef dieren in het wild rust en ruimte”) die oproept tot rustgebieden voor wilde dieren. Toch weigert het provinciebestuur deze uit te voeren.

Door Stichting Werkgroep Wolf Leusden, 12 september 2025

Politieke verdeeldheid

Tijdens het debat van 12 september riepen VVD en BBB om snel afschot van wolf GW3237m, die eerder betrokken was bij incidenten rond Den Treek en Austerlitz. Statenlid Juliëtte van Gilse (VVD) noemde de wolf een continu gevaar en BBB benadrukte dat inwoners in onzekerheid leven zolang het dier niet is gedood. Tegenover die roep om afschot staan GroenLinks en de Partij voor de Dieren, die blijven wijzen op structurele oplossingen: rustgebieden, bescherming van gehouden dieren en publieksvoorlichting.

Statenlid Jesseka Batteau (PvdD) noemde het nalatig dat de provincie nog steeds geen rustgebieden heeft ingesteld en stelde bovendien een fundamentele vraag:kunnen recreanten die door een wolf worden gebeten de provincie juridisch aansprakelijk stellen?

Zorgplicht en bestuurlijke nalatigheid

Als Stichting Werkgroep Wolf Leusden hebben wij tijdens Praten met de Staten van 3 september al nadrukkelijk gewezen op deze bestuurlijke nalatigheid. Het instellen van rustgebieden is geen vrijblijvende beleidsoptie, maar een juridische verplichting op grond van deOmgevingswet, de provinciale Omgevingsverordening Utrecht, het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Habitatrichtlijn.

Door deze verplichting te weigeren, schendt gedeputeerde Sterk de provinciale zorgplicht. Het negeren van motie M24-98 “Geef dieren in het wild rust en ruimte” (aangenomen in november 2024) betekent niet alleen dat een democratisch besluit wordt genegeerd, maar ook dat de wettelijke verantwoordelijkheid van de provincie om beschermde soorten rust te geven wordt verzaakt. Dit raakt bovendien aan de Provinciewet(artikelen 145 e.v. en 158 e.v.), waarin is vastgelegd dat Gedeputeerde Staten verplicht zijn de besluiten van Provinciale Staten uit te voeren. Door dit niet te doen, handelt het college in strijd met zijn eigen wettelijke plichten. Wij hebben dit ook expliciet aan de provincie gemeld in ons bezwaar tegen het afschotbesluit van wolf GW3237m (Bram). Zolang er geen rustgebieden zijn ingesteld, kan afschot nooit als‘laatste redmiddel’worden aangemerkt. De provincie negeert hiermee niet alleen haar zorgplicht, maar ook de alternatieven die wettelijk verplicht eerst benut moeten worden.

Onze voorzitter wees er tijdens het inspreken op dat het aanwijzen van rustgebieden geen vrijblijvende beleidsoptie is.

“Het is een concrete opdracht van de volksvertegenwoordiging én een juridische verplichting. Door deze opdracht naast zich neer te leggen, heeft het provinciebestuur de zorgplicht geschonden.”

Onze coördinator benadrukte de gevolgen in de praktijk:

“Incidenten bij het Vogelwater en later bij de Pyramide van Austerlitz hadden voorkomen kunnen worden als er paden waren afgesloten, borden geplaatst en tijdelijke zones ingesteld. Het nalaten van deze maatregelen heeft zowel mens als wolf in gevaar gebracht.”

Juridische en politieke spanningslijn

Dit bericht raakt precies de juridische en politieke spanningslijn die we eerder hebben besproken:

  • Tijdelijke aanlijnplicht: die liep formeel af en is dus niet verlengd. Dat wijst erop dat provincie en terreinbeheerders juridisch geen basis meer hebben gevonden om de verplichting door te trekken. Mogelijk omdat de maatregel slechts tijdelijk is toegestaan binnen bestaande regelgeving (Omgevingswet / APV’s).
  • Blijvend “dringend advies”: dit is geen juridisch afdwingbare norm, maar een bestuurlijke waarschuwing. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid feitelijk naar burgers: wie toch gaat wandelen, doet dat op eigen risico.
  • Afschotvergunning Bram: blijft boven de markt hangen. Het feit dat Bram nog leeft, wordt gebruikt als argument om het advies en de waarschuwing te handhaven.
  • Communicatie: de betrokken partijen (SBB, gemeenten, provincie, RUD) dekken zich hiermee bestuurlijk in. Zij kunnen zeggen dat ze gewaarschuwd hebben, maar nemen tegelijk geen juridische maatregel meer (zoals verlenging aanlijnplicht of gebiedsafsluiting)
  • Kerngebied: door te benadrukken dat de Leusderheide een kerngebied van wolven is, wordt bevestigd dat dit onder Europese beschermingsregels valt. Dat versterkt het argument dat eigenlijk juist rust en bescherming verplicht zijn – niet alleen waarschuwingen of afschot.

Kortom: de provincie kiest voor halve maatregelen en bestuurlijke schijnzekerheid, terwijl de juridische lijn helder is. Rustgebieden instellen is verplicht, en dat is veiliger voor mens én wolf.

Scheve keuzes

Wat het extra onbegrijpelijk maakt: bruiloften met toeters en feestgeluid worden wel toegestaan midden in wolvenleefgebied, maar simpele maatregelen om mens en wolf veilig te laten samenleven ontbreken.

Samen met politieke partijen

Sommige partijen – zoals GroenLinks en de Partij voor de Dieren – en onze stichting blijven bij de provincie aandringen op de uitvoering van rustgebieden. Rustgebieden zouden juist zorgen voor veiligheid én voor rust in de samenleving: de wolf krijgt ruimte om welpen groot te brengen zonder verstoring, en mensen weten waar ze wel of niet veilig kunnen recreëren.

Wij hopen dat ook het publiek dat het met ons eens is zich hierover meer laat horen in opinies op de media. Mensen kunnen brieven schrijven en hun stem laten klinken. Laten we op een nette manier samen druk opzetten om deze noodzakelijke maatregel eindelijk gerealiseerd te krijgen.

Vicieuze cirkel

Zolang de provincie weigert rustgebieden in te stellen, draait de politiek in cirkels: meer incidenten, meer roep om afschot, meer verdeeldheid. Terwijl de oplossing allang bekend is: geef de wolf rust, en geef de mens duidelijkheid.