In juli 2025 heeft de provincie Utrecht toestemming gegeven om wolf GW3237m (“Bram”) te doden. Deze wolf is de vader van een roedel met jonge welpen op de Utrechtse Heuvelrug. De reden?
Door Werkgroep Wolf Leusden, 14 juli 2025
Er zou een DNA-match zijn met een bijtincident. Maar het rapport waarop dit besluit is gebaseerd – van het Belgische Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) – is niet zo sluitend als men wil laten vermoeden. Het rapport, dat wij in handen hebben, voldoet niet aan de regels die gelden voor goed forensisch bewijs. Toch zegt het rapport: het is “100% zeker”.
Van de tien DNA-monsters waren er zeven onbruikbaar. Slechts drie tot vier monsters leverden bruikbaar DNA op. Maar in het rapport staat niet hoe groot de kans is op een fout. Er is niet gekeken of het DNA ook van een familielid kon zijn. Er is geen tweede laboratorium dat het heeft gecontroleerd. Er staat niet bij welk soort DNA is onderzocht of hoe het is verzameld. Ook is niet bijgehouden wie wat precies wanneer heeft gedaan (de zogeheten ‘chain of custody’). En belangrijk: de wond was eerst uitgespoeld met water. Daardoor is de kans groot dat het DNA vervuild of verloren is gegaan. Zeker bij wolven in een familie is het risico op een verkeerde toewijzing groot. Onder deze omstandigheden mag het DNA-bewijs juridisch geen reden zijn om een beschermde wolf dood te schieten. Dat is in strijd met de wet (artikel 3:2 en 3:46 van de Awb en artikel 16 van de Habitatrichtlijn).
De persoon die in opdracht van de provincie het gedrag van deze wolf volgde, informatie doorgaf aan BIJ12, contact had met terreinbeheerders én waarschijnlijk zelf het afschot uitvoert, is óók faunabeheerder én eigenaar van een jachtreizenbedrijf. De wet zegt dat besluiten eerlijk en zonder eigenbelang genomen moeten worden (artikel 2:4 en 3:2 Awb). Ook de jagerstoel staat al klaar – letterlijk. Dat is wettelijk niet toegestaan. Deze vorm van besluitvorming is in strijd met het verbod op vooringenomenheid (artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht) en voldoet niet aan het vereiste van een zorgvuldige en onpartijdige voorbereiding (artikel 3:2 Awb).
In november 2024 besloot Provinciale Staten dat er rustgebieden voor wolven moesten komen. Gedeputeerde Staten hebben die opdracht niet uitgevoerd. In plaats van rust te geven, kiest de provincie nu voor afschot. Dat mag alleen als echt álle andere opties zijn geprobeerd – en dat is niet gebeurd. Ook dat is in strijd met de wet (artikel 16 van de Habitatrichtlijn en artikel 8.74k van het Bkl).
Kortom: het besluit om deze wolf te doden is genomen op basis van ondeugdelijk DNA bewijs, belangenverstrengeling, en zonder de verplichte beschermingsmaatregelen te onderzoeken. De jagerstoel staat al klaar – en ook dat mag niet. Wij roepen dit besluit te laten toetsen en terug te draaien. Want als een wolf sterft door slecht bewijs en dubbele petten, dan faalt de rechtsstaat.