Afgelopen maandag vond een zitting plaats in de beroepszaak tussen het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) en Stichting Werkgroep Wolf Leusden. De zitting vond plaats in het bestuursgebouw van de Universiteit Utrecht en ging over de beroepszaak tegen het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). Tijdens de behandeling is gesproken over de aard van het onderzoek, de verantwoordelijkheidsverdeling en de juridische kaders rond informatieverstrekking.
Allereerst werd duidelijk dat er geen forensische sectie is uitgevoerd op het wolvinnetje. De beslissing om een forensische sectie te laten verrichten ligt bij de politie. Andere betrokken partijen hebben hierin geen eigen beslissingsbevoegdheid.
De sectie die wél is uitgevoerd bestond uit uitwendig onderzoek. Daarbij zijn uitsluitend zichtbare kenmerken en verwondingen beoordeeld en vastgelegd. Er is geen DNA-onderzoek uitgevoerd, omdat dit weer bij WENR ligt.
Verder is toegelicht dat het uitgevoerde onderzoek past binnen de gebruikelijke werkzaamheden rond het beoordelen van doodsoorzaken bij wilde dieren en het signaleren van mogelijke risico’s.
Een belangrijk deel van de zitting ging over de Wet open overheid (WOO). Daarbij werd toegelicht dat niet elke gestelde vraag automatisch onder de WOO valt en dat alleen informatie die binnen het wettelijke kader past, kan worden verstrekt. Ook is verduidelijkt dat de termijnen van de WOO losstaan van die van de bestuursrechtelijke procedure.
Ten aanzien van de praktische afhandeling van informatieverzoeken is aangegeven dat wordt uitgegaan van een bepaalde termijn na afronding van onderzoek voordat relevante informatie beschikbaar kan worden gesteld. Indien een verzoek onvoldoende concreet is geformuleerd, kan om nadere toelichting worden gevraagd.
Namens Werkgroep Wolf Leusden is tijdens de zitting toegelicht hoe de stichting haar rol ziet. De stichting gaf aan zich te richten op het verbinden van verschillende partijen, met als doel bij te dragen aan zorgvuldige besluitvorming binnen het bestaande juridische kader. In dat kader is toegelicht dat informatieverzoeken worden ingezet als instrument om inzicht te krijgen in mogelijke knelpunten en deze bespreekbaar te maken. De inzet is gericht op verbetering van werkwijzen en afstemming, niet op escalatie.
De zitting bood daarmee duidelijkheid over de wijze waarop deze procedure is behandeld en over de bredere context waarbinnen dergelijke vraagstukken spelen.
Afgesproken is dat DWHC en Werkgroep Wolf Leusden in onderling overleg een werkwijze zullen vaststellen die ertoe strekt dat WOO-verzoeken minder belastend zijn voor het Dutch Wildlife Health Centre. In dit kader zal DWHC, binnen de geldende wettelijke kaders, de beschikbare en relevante informatie actief verstrekken, zonder dat hiervoor telkens afzonderlijke en gespecificeerde verzoeken van WWL noodzakelijk zijn.
Wij zien uit naar een mooie samenwerking.
Alexander van Dijkhuizen Voorzitter