De afgelopen week was de wolf opnieuw middelpunt van een politiek schouwspel. Terwijl de juridische werkelijkheid glashelder is, proberen burgemeesters zich met brandbrieven en columns in de kijker te spelen. Het resultaat: polarisatie en verwarring onder burgers, terwijl er feitelijk niets verandert.

Door Stichting Werkgroep Wolf Leusden, 20 september 2025

Olaf Prinsen en de valse neutraliteit

Burgemeester Olaf Prinsen van Heerde schreef onlangs een column naar aanleiding van een incident waarbij een hond zou zijn gedood door een wolf. Zijn bijdrage werd door een raadslid gedeeld als een persoonlijk beschouwende tekst, maar in werkelijkheid was het een politieke interventie die de polarisatie rond de wolf verder vergroot. Zie hier onze reactie opFBen op de website kun je onze reactiedownloaden.

Prinsen suggereerde dat gemeenten machteloos staan en dat dit een tekort is. In werkelijkheid hebben gemeenten een duidelijke zorgplicht onderartikel 1.6 van de Omgevingswet: schade aan natuur voorkomen en beperken. Dat betekent concreet dat zij recreatie kunnen sturen, de aanlijnplicht kunnen handhaven en inwoners kunnen informeren. Doen alsof er geen handelingsperspectief is, schetst een vals beeld.

Nog problematischer was zijn oproep tot een visie over“plekken waar de wolf wel en niet kan komen”. Dat klinkt redelijk, maar is juridisch onmogelijk. De wolf staat opbijlage IV van de Habitatrichtlijnen geniet daarmee de strengste bescherming. Alleen onder uitzonderlijke voorwaarden mag daarvan worden afgeweken. Een beheerplan zoals bij herten of zwijnen is uitgesloten.

Door een individueel incident te koppelen aan een pleidooi voor maatregelen tegen de wolf, presenteert Prinsen de wolf als zondebok. Jaarlijks sterven duizenden honden door verkeer of door andere honden; dat leidt nooit tot een oproep tot “beheermaatregelen” tegen auto’s of hondenbezit. Wie beweert neutraal te zijn maar tegelijk pleit voor ingrepen, kiest wél partij.

Brandbrief: machteloosheid als boodschap

Vrijdag werd bekend dat de burgemeesters van Scherpenzeel, Barneveld en Nijkerk een brandbriefstuurden aan staatssecretaris Rummenie. Zij vroegen om meer bevoegdheden tegen de wolf, omdat hun huidige middelen “beperkt” zouden zijn. Maar die brief is juridisch lucht. Onder deOmgevingsweten hetBesluit activiteiten leefomgeving(Bkl) isalleende provincie bevoegd om een afschotvergunning te verlenen. Gemeenten hebbengéénzelfstandige rol. Alleen de politie kan optreden bij een wolf die op dat moment direct gevaar vormt voor mensen – vergelijkbaar met een wolf die ziek een dorp binnen rent en daadwerkelijk mensen aanvalt. Voor gevallen zoals bij wolf Bram of zijn jaarling, die zijn welpen beschermde toen recreanten te dichtbij kwamen, bestaat die bevoegdheidniet. De suggestie dat burgemeesters ditwélzouden moeten kunnen, is misleiding van burgers.

WENR: de wolf gaat niet weg

Burgemeesters kunnen in brandbrieven wél veel willen maar niet kan omdat de wolf niet weggaat.

Onderzoek van Wageningen Environmental Research (WENR) maakte deze week opnieuw duidelijk dat Nederland pas aan de ondergrens zit van een levensvatbare wolvenpopulatie. Volgens ecologen is er ruimte voor23 tot 56 roedels– een verdubbeling tot verviervoudiging van de huidige stand. Op dit moment zijn er dertien roedels en werden dit voorjaar ten minste 45 welpen geboren.

De boodschap is helder: de wolf blijft en breidt zich uit. Gemeenten kunnen draaien wat ze willen, maar juridisch en ecologisch kan de wolf niet weggestuurd worden.

Politieke nederlagen

Staatssecretaris Rummenie probeerde ondertussen deHabitatrichtlijnte buigen en de mogelijkheden voor afschot te verruimen. Maar hij liep deze week opnieuw tegen juridische muren op. De Raad van State gaf een negatief advies, de Tweede Kamer zette hem terug in zijn hok, en Wageningen Universiteit veegde de vloer aan met zijn suggestie dat hun onderzoek “onbruikbaar” zou zijn. De feiten waren hem simpelweg niet welgevallig.

In de woordenvan Volkskrant-columnist Jean-Pierre Geelen: “de wilde wolf stond deze week tegenover een tandeloze tijger.”

Juridische realiteit boven bestuurlijk theater

Bestuurders hebben geen vrijbrief voor sentiment en framing. Hun wettelijke verantwoordelijkheid is helder: de provincie beslist over afschot, de gemeente draagt zorg voor recreatie en veiligheid, en de Habitatrichtlijn bepaalt de beschermingsstatus van de wolf.